Als een kat een andere kat steeds wegjaagt, de eigenaar aanvalt of zich dwingend gedraagt, wordt ie nog weleens dominant genoemd. Maar kun je bij katten wel van dominantie spreken?
In de ethologie wordt de term dominantie gehanteerd om een relatie tussen twee dieren te beschrijven. Het gaat over wie voorrang heeft boven de ander als het gaat om rescources zoals eten, drinken, een partner of een fijne ligplek. Om deze relatie en het verschil in status te bepalen, wordt gekeken (in verschillende situaties) naar dominant en onderdanig gedrag. Bij honden bijvoorbeeld kan de poot op de schoft van de ander leggen of over een ander heen gaan staan, dominant gedrag zijn. En onderdanig gedrag bij honden is bijvoorbeeld het aflikken van de mondhoeken van de ander, een lagere houding met kwispel, of op de rug gaan liggen. Katten kennen echter dit soort geritualiseerde gedragingen niet.
| Katten missen geritualiseerde gedragingen Als een kat op de rug rolt,is dat geen teken van onderdanigheid. Katten kunnen inderdaad hun buik tonen, maar dit is geen reactie op een dominante handeling van een ander. Het is een uitnodiging tot interactie zoals spel of paring. Of in een conflictsituatie een sterk defensieve reactie, waarbij de kat al zijn wapens beschikbaar heeft om aan te vallen. |
Agressief en defensief gedrag
Toch wordt er in sommige studies wel gesproken over dominantie bij katten. Als je dan gaat bekijken hoe ze dominantie bepaald hebben, dan is dat niet op basis van onderdanig en dominant gedrag. Het is op basis van ongecompliceerd agressief gedrag (slaan, bijten, staren) en defensief gedrag (vermijden, terugtrekken en vluchten).
En als men op basis van uitwisselingen van agressief en defensief gedrag een hiërarchie aanbrengt, is dat meer een simpele ‘pikorde’ hiërarchie in plaats van een dominantiehiërarchie. Deze pikordehiërarchieën blijken bij katten ook geen reproductief succes of toegang tot belangrijke rescources te voorspellen. Bij de voortplanting paren poezen namelijk met meerdere mannetjes en met betrekking tot voer geven zowel poezen als katers voorrang aan jonge katten (katten jonger dan 1 jaar oud die geen seksuele activiteit vertonen).

Niet dominant maar bazig
Een dominante kat bestaat dus niet, tenzij je het hebt over dominantie als persoonlijkheidstrek. Om verwarring te voorkomen kun je de kat dan misschien beter bazig noemen, een kat die wat sneller dan een ander agressie inzet. Niet omdat zijn status daarmee gediend is, maar omdat hij in het mandje in de zon wil liggen en geleerd heeft dat hij succesvol de ander uit het mandje kan jagen. De kat die zich laat verjagen is dan ook geen ranglagere maar gewoon een timide of meegaande kat die zich makkelijk laat intimideren.
Deze column verscheen eerder op Animals Today.


Binnen heeft een kat in veel gevallen onvoldoende mogelijkheden voor het uitoefenen van zijn natuurlijke gedrag zoals jagen en exploreren. Het natuurlijke leefgebied van een kat kan variëren, maar is vaak vele malen groter dan een gemiddelde woning. Daarnaast is een binnenomgeving altijd hetzelfde terwijl een kat buiten voortdurend blootgesteld wordt aan allerlei uitdagingen. Verveling ligt dus snel op de loer met als gevolg frustratie, sloopgedrag, agressie en
Katten binnenhouden betekent ook concessies doen. Het is namelijk niet reëel om een kat op een appartement van alles te verbieden, zoals in de slaapkamers komen of op tafels springen. Ook kost het de eigenaar tijd om de benodigde jachtpartijen te faciliteren met speelhengels. Daarnaast wordt de inrichting vaak een stuk minder smaakvol met de noodzakelijke klimbomen en krabpalen. Een kat kun je nu eenmaal niet aanpassen aan de omgeving, maar de omgeving wel aan een kat.
Hoe denken katten? Wat gaat er om in het hoofd van de kat? Onderzoek naar cognitieve functies zoals waarnemen, leren, onthouden, beslissen, redeneren, problemen oplossen en tellen is helemaal hot, en niet alleen bij mensen. Zo zijn er wereldwijd verschillende onderzoeksgroepen die onderzoeken hoe dieren denken en zijn er in de afgelopen 10 jaar heel veel artikelen over cognitie bij honden gepubliceerd. Onderzoek naar de denkwereld van katten is helaas zeldzamer.



Soms zou je de kat slachtoffer van zijn eigen succes kunnen noemen. Omdat er in zo veel huishoudens katten aanwezig zijn, denken mensen namelijk ook veel van kattengedrag te weten. Het samenleven met een kat betekent echter niet automatisch dat er kennis is van gedrag. Niet weten waarom een kat spint of kopjes geeft is niet erg, maar als katten in huis gaan plassen of agressie gaan vertonen, kan het gebrek aan kennis funest zijn. Niet alleen voor de eigenaar die het plezier in zijn huisgenoot verliest en onnodig geld uitgeeft aan allerlei hulpmiddelen maar ook voor de katten; ze worden gestraft voor onwenselijk gedrag en belanden in het asiel vanwege aanhoudende gedragsproblemen.
Een kitten is zo leuk en vertederend dat het moeilijk voor te stellen is dat zo’n schattig diertje kan uitgroeien tot een asociale, agressieve, gestreste kater. Toch bestaan er bij veel katten gedragsproblemen die hun oorsprong hebben in de kittentijd. En die gedragsproblemen zijn vaak weer een reden om een kat af te staan.
