Wat doet een diergedragstherapeut?

Veel mensen hebben weleens wat opgevangen over gedragstherapie voor dieren, maar nog niet iedereen weet wat het precies inhoudt. Dit artikel geeft een inkijkje in het werk van een gedragstherapeut voor dieren.

Iedereen met een huisdier zal weleens een keer ongewenst gedrag hebben ervaren. Een hond die aan de lijn trekt, een kat die aan de bank krabt of een konijn die iets sloopt. Vaak wordt het gedrag voor lief genomen, vinden we het erbij horen. Ongewenst gedrag kan echter ook problematisch worden. Stel je kunt je hond niet langer dan een kwartier alleen laten, of je staat iedere dag de plas van je kat op te ruimen. Als huisdiereigenaar kun je echt last hebben van probleemgedrag en daardoor ook het plezier in je huisdier verliezen.

Reden voor afstand

Gedragsproblemen leiden dan ook regelmatig tot afstand van het dier. Dieren worden afgestaan via Marktplaats of speciale websites zoals Verhuisdieren.nl, of worden aan een asiel afgestaan. Dat is jammer want de meeste gedragsproblemen zijn te verhelpen, of te verminderen waardoor de situatie weer leefbaar wordt. Er wordt door huisdiereigenaren ook vaak advies op internet gezocht met het risico op verergering van het probleem of op een miskoop van allerlei hulpmiddelen. Zowel de eigenaar als het dier zijn dus gebaat bij een professioneel advies.

Een huisdiereigenaar die een gedragsprobleem ervaart, kan het beste eerst naar de dierenarts verwezen worden. Het probleemgedrag kan namelijk een medische oorzaak hebben. Een kat die in huis plast kan bijvoorbeeld blaasgruis hebben, een hond die agressie vertoont kan pijn hebben en een konijn die zich overmatig wast kan jeuk hebben. Daarom is het belangrijk dat een dierenarts eerst mogelijke medische oorzaken van het gedrag uitsluit en indien nodig behandelt. Blijkt het dier gezond dan kan de diergedragstherapeut helpen.

Een gedragstherapeut gaat met de eigenaar op zoek in welke situaties het dier ongewenst gedrag laat zien en wat de oorzaak daarvan is. Dit vereist een uitgebreid intakegesprek en een observatie van het dier en zijn leefomgeving, bij elkaar een consult van zo’n 1,5 uur. Vooraf krijgt een eigenaar een vragenlijst om in te vullen en enkele observatieopdrachten, bijvoorbeeld om de lichaamstaal van het dier te observeren tijdens het ongewenste gedrag. Een gedragstherapeut zal een eigenaar ook altijd vragen om video’s te maken van het probleemgedrag, indien dat uiteraard mogelijk is. Op basis van alle informatie maakt de gedragstherapeut uiteindelijk een gedragsanalyse en een therapieplan. Ook overlegt hij indien nodig met de dierenarts en coacht hij de klant een aantal maanden bij de uitvoering van de adviezen.

De titel gedragstherapeut is niet beschermd. In principe mag iedereen zich zo noemen. Daarom is het belangrijk te weten of een diergedragstherapeut gediplomeerd is, en of een gedragstherapeut ervaring heeft en bijscholing volgt. Zowel de Stichting Platform Professionele Diergedragsdeskundigen (SPPD) als Certipet en Tinley Gedragstherapie voor Dieren waarborgen de professionaliteit en deskundigheid van de bij hun aangesloten gedragstherapeuten. Deze therapeuten worden ook vergoed door dierverzekeraars.

Dit artikel verscheen in het vakblad van Dibevo. Download het artikel voor een overzicht van gedragsproblemen en voor voorbeelden van een gedragsanalyse.

Loading

Is mijn kat dominant?

Als een kat een andere kat steeds wegjaagt, de eigenaar aanvalt of zich dwingend gedraagt, wordt ie nog weleens dominant genoemd.  Maar kun je bij katten wel van dominantie spreken?

In de ethologie wordt de term dominantie gehanteerd om een relatie tussen twee dieren te beschrijven. Het gaat over wie voorrang heeft boven de ander als het gaat om rescources zoals eten, drinken, een partner of een fijne ligplek. Om deze relatie en het verschil in status te bepalen, wordt gekeken (in verschillende situaties) naar dominant en onderdanig gedrag. Bij honden bijvoorbeeld kan de poot op de schoft van de ander leggen of over een ander heen gaan staan, dominant gedrag zijn. En onderdanig gedrag bij honden is bijvoorbeeld het aflikken van de mondhoeken van de ander, een lagere houding met kwispel, of op de rug gaan liggen. Katten kennen echter dit soort geritualiseerde gedragingen niet.

Katten missen geritualiseerde gedragingen Als een kat op de rug rolt,is dat geen teken van onderdanigheid. Katten kunnen inderdaad hun buik tonen, maar dit is geen reactie op een dominante handeling van een ander. Het is een uitnodiging tot interactie zoals spel of paring. Of in een conflictsituatie een sterk defensieve reactie, waarbij de kat al zijn wapens beschikbaar heeft om aan te vallen.

Agressief en defensief gedrag

Toch wordt er in sommige studies wel gesproken over dominantie bij katten. Als je dan gaat bekijken hoe ze dominantie bepaald hebben, dan is dat niet op basis van onderdanig en dominant gedrag. Het is op basis van ongecompliceerd agressief gedrag (slaan, bijten, staren) en defensief gedrag (vermijden, terugtrekken en vluchten).  

En als men op basis van uitwisselingen van agressief en defensief gedrag een hiërarchie aanbrengt, is dat meer een simpele ‘pikorde’ hiërarchie in plaats van een dominantiehiërarchie. Deze pikordehiërarchieën blijken bij katten ook geen reproductief succes of toegang tot belangrijke rescources te voorspellen. Bij de voortplanting paren poezen namelijk met meerdere mannetjes en met betrekking tot voer geven zowel poezen als katers voorrang aan jonge katten (katten jonger dan 1 jaar oud die geen seksuele activiteit vertonen).

Niet dominant maar bazig

Een dominante kat bestaat dus niet, tenzij je het hebt over dominantie als persoonlijkheidstrek. Om verwarring te voorkomen kun je de kat dan misschien beter bazig noemen, een kat die wat sneller dan een ander agressie inzet. Niet omdat zijn status daarmee gediend is, maar omdat hij in het mandje in de zon wil liggen en geleerd heeft dat hij succesvol de ander uit het mandje kan jagen. De kat die zich laat verjagen is dan ook geen ranglagere maar gewoon een timide of meegaande kat die zich makkelijk laat intimideren.

Deze column verscheen eerder op Animals Today.

Loading

Waarom loopt mijn kat mij achterna?

Samen met mijn collega’s van Tinley Gedragstherapie voor Dieren schijf ik voor het maandblad Ditjes & Datjes. Dit keer gaat het over de vraag waarom katten je achterna lopen.

waarom loopt mijn kat mij achterna

Hoewel katten geen echte groepsdieren zijn, kunnen ze wel sociaal gedrag vertonen, niet alleen naar elkaar maar ook naar mensen. Ze liggen tegen elkaar aan of tegen ons, ze wassen elkaar en laten zich aaien door ons. Een kat kan dus van gezelschap houden en je achterna lopen omdat hij graag bij je in de buurt is.

Een kat die je overal volgt, tot in de wc toe, kan echter ook verveeld zijn. Zeker voor katten die binnen worden gehouden, ben je als eigenaar een leuke bron van afleiding. Bij jou in de buurt blijven betekent kans op een spelletje, knuffel of andere stimulatie. Ga je met zo’n  kat verhuizen naar een huis met tuin, dan is de kans groot  dat hij je ineens veel minder achterna loopt. Het buitenleven biedt nu eenmaal veel meer uitdagingen.

Een kat kan je ook achternalopen voor eten. Misschien heb je hem in het verleden regelmatig iets lekkers gegeven of heeft hij honger? Veel katten worden niet op de juiste manier gevoerd, waardoor ze een groot deel van de dag een lege maag hebben. Een hongerige kat kan je achterna lopen in de hoop op eten en kan ook gaan miauwen om de aandacht te trekken.

TIP 1 Voorkom verveling

Om verveling tegen te gaan, is het belangrijk dat een kat voldoende bezigheden heeft. Katten besteden van nature een groot deel van de dag aan jagen en het verkennen van nieuwe gebieden. Speel dus regelmatig met hengels en boots een prooi na, wissel de hengels ook af. Geef je kat daarnaast de mogelijkheid om dagelijks alle ruimtes in huis te verkennen. En bied het voer aan in voerpuzzels zodat hij er iets voor moet doen.

Tip 2 Voorkom honger

Veel katten krijgen maar twee keer per dag eten, in de ochtend en aan het eind van de middag. Dat betekent dat ze een groot deel van de dag en nacht hongerig zijn. Wat beter bij het natuurlijke eetgedrag van katten past, zijn meerdere kleine beetjes, verspreid over de dag en nacht. Een kat is tenslotte ook ’s nachts actief. Bied het voer dus onbeperkt aan of in meerdere kleine porties verspreid over 24 uur.

Tip 3 Gedrag negeren

Als je kat niet verveeld of hongerig is en je wordt gek van het achterna lopen of miauwen, negeer het dan. Geef de kat geen aandacht, zeg niets en reageer ook niet geïrriteerd. Als je dit volhoudt leert de kat vanzelf dat het achterna lopen hem niets oplevert. In het begin kan het gedrag wel verergeren; de kat kan nog meer aandachtvragend gedrag uit de kast trekken totdat het duidelijk wordt dat zijn gedrag echt niet meer werkt.

Loading

Mijn kat bijt

Als je wilt weten waarom je kat bijt, is het belangrijk om te begrijpen wat je kat probeert te zeggen. Bijtende katten willen vaak dat je stopt met iets, bijvoorbeeld met aaien of vasthouden. Dat kan zijn omdat ze pijn hebben, of gestrest of angstig zijn, maar ook omdat ze aanrakingen niet (meer) fijn vinden.

Bijten bij pijn of stress

Een kat die pijn heeft kan agressief worden als je hem nadert of aanraakt. Door te bijten probeert hij je op afstand te houden. Laat een kat die opeens agressie vertoont dus altijd onderzoeken door de dierenarts. Ook bij stress kan een kat sneller geïrriteerd zijn en daardoor agressief reageren. Hij heeft zijn aandacht nodig om de stressvolle situatie het hoofd te bieden en kan fysiek contact er op dat moment niet bij hebben. Pak je kat dus niet op als er sprake is van stress.

Bijten uit angst

Katten kunnen ook bijten als ze bang zijn en zich in het nauw gedreven voelen. In dat geval zal je kat er waarschijnlijk ook bij blazen. Zowel het blazen als het bijten zijn bedoeld om je uit zijn buurt te houden. De meest voorkomende oorzaak van angst is een beperkte socialisatie. Het kan dus zijn dat jouw kat niet gewend is aan mensen(handen) en aaien of oppakken. Maar het kan ook zijn dat er een keer iets heel vervelends is gebeurd waardoor de kat bang is geworden.

Bijten tijdens aaien

Niet alle katten houden van aaien of ze vinden aaien wel fijn maar niet te lang of niet op bepaalde plekken. Als je kat tijdens het aaien bijt, wil hij dat je stopt met aaien. Het bijten lijkt soms uit het niets te komen, maar als je de lichaamstaal van je kat leert lezen, kun je het zien aankomen. Een kat die niet (meer) geaaid wil worden maakt een terugtrekkende beweging, bijvoorbeeld met zijn hoofd, draait zijn oren en zwiept met zijn staart. Als je zijn lichaamstaal respecteert en dus ophoudt met aaien, voorkom je dat je kat bijt.

Bijten tijdens het spelen

In bovenstaande situaties bijt de kat omdat hij iets wil stoppen. Soms bijten katten echter om een andere reden. Bij spel kunnen katten namelijk ook bijten in handen, voeten of zelfs gezicht. Vaak zijn dit katten die als kitten geleerd hebben dat met handen spelen oké is. Je handen worden dan door de kat gezien als een speeltje. Ook kunnen ze door te bijten een reactie bij je uitlokken, bijvoorbeeld weggeduwd worden. Een kat kan hierdoor denken dat jij ook wil spelen en dat hij nu aan de beurt is om je ‘aan te vallen’. Gebruik dus nooit je handen om te spelen, speel met lange speelhengels en houd je handen tijdens het spel buiten bereik van je kat.

Als je hulp nodig hebt voor je bijtende kat en de dierenarts heeft een medische oorzaak uitgesloten, kun je altijd contact opnemen met een gediplomeerde kattengedragstherapeut.

Deze blog verscheen eerder op Verhuisdieren.nl.

Loading

Metro: Jagen is een aangeboren instinct

In november 2019 ben ik geïnterviewd door de Metro over de discussie ‘katten binnen of buiten’.

Volgens Yvon Sweere, gedragstherapeut voor katten, hoort het inderdaad bij het aangeboren instinct van katten om te jagen. „Dat kun je niet afleren en het staat los van hongergevoelens. We geven onze kat tenslotte te eten en desondanks neemt de behoefte om te jagen niet af.”

katten jagen

Het binnenhouden van katten al veel langer een discussie, zegt Sweere. „Op Fora en Facebook-pagina’s lopen de gemoederen vaak hoog op. Het roept emoties op bij zowel kattenliefhebbers als vogelliefhebbers.”

Een manier, bedacht om vogels te waarschuwen voor een jagende kat, is het belletje om de nek. Alleen zou dat volgens de gedragstherapeut niet werken. „Katten leren dan juist beter jagen.” Wat wel zou kunnen helpen is het zogenoemde Birdbesafe-concept. „Een kraag met felle kleuren door vogels snel op te merken, zodat ze er snel vandoor kunnen bij naderend kattengevaar.”

Een kat niet naar buiten laten gaan, druist volgens Sweere in tegen het natuurlijke gedragspatroon van een kat. „Een kat die vrij naar buiten mag, gaat jagen, verkennen en klimmen.” Je kat binnenhouden is een optie, maar dan moet het huis daar wel op aangepast worden, zegt Sweere. „Zorg voor een spel waarbij je kat kan jagen, voor een klimboom en andere bezigheden.”

Tot slot geeft Sweere aan dat het fokken van bepaalde katten een eventuele oplossing zou kunnen zijn. „Nu fokken we vooral vanwege uiterlijke kenmerken, maar stel dat we dit zouden doen om ervoor te zorgen dat het jaaginstinct afneemt? Wie weet zijn we dan in de toekomst wel van dit probleem af.”

Loading

Vuurwerkangst bij katten

vuurwerkangst bij katten

Voor het vakblad van Dibevo schreef ik een artikel over vuurwerkangst bij katten. Dierenspeciaalzaken kunnen met deze informatie katteneigenaren beter adviseren.

Verschillende oorzaken kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van vuurwerkangst. Een dier kan van nature sneller angstig zijn door een erfelijke basis. Angstige ouderdieren kunnen hun angstgenen meegeven aan nakomelingen. Bij deze gevoelige dieren kun je met training wel vooruitgang boeken, maar helemaal oplossen wordt moeilijker. Een beperkte socialisatie is ook een belangrijke oorzaak voor angstproblemen. Als kittens in de gevoelige periode niet gewend zijn aan allerlei geluiden ontwikkelen ze sneller vuurwerkangst.

Naast een erfelijke basis en beperkte socialisatie spelen leerervaringen een grote rol in de ontwikkeling van angst. Hiermee wordt bedoeld dat schrikervaringen met harde knallen het probleem kunnen verergeren. Een kat kan ook door één slechte ervaring plots panisch worden voor harde geluiden. In dat geval spreken we van een traumatische ervaring. Als laatste kan een kat gevoeliger zijn voor prikkels als hij pijn of stress ervaart of ziek is. Wanneer bekend is welke factoren een rol spelen in de vuurwerkangst, kan de behandeling beter op de kat afgestemd worden.

Vuurwerktraining

Naast inzicht in de oorzaken van de angst, is het ook belangrijk om te kijken naar de mate van angst. Angst is er in gradaties. Er is sprake van angst wanneer een kat zijn lichaamshouding verlaagt bij het horen van een knal, vaak is er ook vluchtgedrag en/of verstopgedrag te zien. Wanneer de kat binnen een aantal minuten na de knal herstelt en in december nog steeds naar buiten wil, is er sprake van matige angst. Een eigenaar kan in dat geval prima zelf aan de slag met algemene trainingsadviezen en milde angst- en stressverlagende middelen.

Wanneer een kat al weken voor de jaarwisseling niet meer mee naar buiten wil, zijn schrikreacties uitbreidt naar allerlei knalgeluiden en na de knallen langdurig schrikkerig en alert blijft, is de angst heviger en heeft het probleem meer impact op het leven van de kat. Deze katten en hun eigenaren zijn gebaat bij een doorverwijzing naar een gedragstherapeut voor een advies op maat en ondersteunende middelen in overleg met een dierenarts.

Klik hier voor het gehele artikel.

Loading

Ruzie tussen katten

Ineens ontstaat er ruzie tussen katten die daarvoor prima met elkaar door een deur konden. Komt dat nog goed? Ik val maar direct met de deur in huis; bij plotselinge ruzie tussen katten komt het helaas niet altijd goed. In ongeveer een derde van de gevallen waarbij mijn collega-gedragstherapeuten en ik worden ingeschakeld is de relatie tussen de katten helaas onherstelbaar beschadigd.

Redirectie-agressie

Hoe komt het dat katten die elkaar kennen plots problemen met elkaar krijgen? Een veel voorkomende oorzaak is redirectie-agressie na het zien van een vreemde kat. Met redirectie-agressie wordt bedoeld dat een kat opgebouwde spanning afreageert op een ander die niets met de spanning te maken heeft. Als een kat bijvoorbeeld een buurkat ziet in de tuin kan dat voor agressieve opwinding zorgen. De andere kat des huizes, die toevallig in de buurt is, kan dan het doelwit van de agressie worden.

Een andere veel voorkomende oorzaak van plotselinge ruzie tussen katten die samenleven is de terugkeer van een kat die bij de dierenarts (of trimsalon) is geweest. Voor ons moeilijk voor te stellen (“je ziet toch dat het Tijgertje is!?”), maar katten herkennen elkaar vooral aan hun geur. De vreemde geur die de kat meeneemt kan bij de thuisblijver het idee geven dat er een indringer in zijn territorium staat.

Katten laten uitvechten?

Een nog steeds gehoord advies bij plotselinge ruzie is dat je het katten moet ‘laten uitvechten’. Dit is een slecht advies, want het leidt vaak tot een verergering van de problemen. Een conflict zorgt namelijk voor negatieve associaties, ieder gevecht wat daar op volgt zal deze onaangename associatie versterken en tot meer wantrouwen leiden. Hoe meer gevechten er zijn geweest, hoe kleiner de kans dat het nog goed komt tussen de katten. Helaas vaak tot verdriet van de eigenaren die een verkeerd advies hebben gekregen.

Bij plotselinge ruzie tussen katten is het daarom heel belangrijk de katten direct van elkaar te scheiden en te laten kalmeren. Gaat het bij het weerzien na een of twee dagen vervolgens weer mis, dan kan een gedragstherapeut met een stappenplan helpen de katten weer bij elkaar te krijgen.

Deze blog verscheen eerder op Verhuisdieren.nl.

Loading

Pas op met label stress

Er zijn nogal wat misverstanden als het gaat om stress bij katten. Dat komt in veel gevallen door een verkeerd begrip van stress, maar er is ook onwetendheid over hoe je stress herkent. Dat betekent dat een kat die stress ervaart soms niet de juiste hulp krijgt. Maar ook dat een kat het label ‘gestrest’ kan krijgen terwijl hij geen stress heeft maar ziek is.

Vooral bij katten die zichzelf overmatig wassen of die onzindelijk zijn, wordt snel aangenomen dat stress de oorzaak is. Met als gevolg dat er geen of onvoldoende medisch onderzoek wordt gedaan. Bij onzindelijkheid kunnen bijvoorbeeld urinewegproblemen een rol spelen, maar wordt niet altijd de urine van de kat onderzocht of aanvullend onderzoek zoals een echo gedaan. Van kaal likken is bekend dat het in bijna 80 procent van de gevallen een fysieke oorzaak zoals jeuk, allergie of pijn heeft. Maar net als bij onzindelijkheid krijgt ook hier de kat vaak het label ‘stress’ en blijft behandeling uit.

Je kunt pas concluderen dat stress de boosdoener is nadat alle mogelijke fysieke oorzaken zijn uitgesloten en je ook daadwerkelijk in het gedrag van de kat ziet dat hij stress ervaart. Veel van de zogenaamde stresskatten die ik tijdens een huisbezoek zie, vertonen geen enkel teken van stress.

pas op met label stress

Stress kun je herleiden uit een complex van geobserveerde gedragingen en vergt een geoefend oog en kennis van lichaamstaal en gedrag van de kat. Essentieel is dat het gedrag van de kat wordt geobserveerd in zijn eigen vertrouwde omgeving. Bijna alle katten ervaren namelijk stress wanneer zij zich in een vreemde omgeving bevinden. Bij acute stress kunnen er fysiologische reacties zichtbaar zijn, zoals bijvoorbeeld een snelle ademhaling, gespannen spieren en verwijde pupillen. Ook kunnen er gedragsmatige reacties optreden die conflictgedragingen of stresssignalen worden genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld het aflikken van neus en bekje, plotseling krabben of likken van het lichaam, uitschudden, gapen en het heffen van een voorpootje.

Langdurige activering van het stresssysteem, ofwel chronische stress, kan resulteren in vermindering van de eetlust, diarree of overgeven. Maar het kan ook leiden tot passiviteit en minder variatie in gedrag. Gestreste katten exploreren en spelen vaak minder, en kunnen hun belangstelling voor interactie verliezen. Continu stilzitten, naar elkaar kijken en langzaam bewegen in elkaars bijzijn, kunnen bij katten die in een groep leven ook indicatoren zijn van chronische stress. Opvallend is ook de neiging zich te verstoppen. Daarnaast is er vaak sprake van een verhoogde alertheid; gestreste katten zijn behoedzaam, waakzaam en schrikken snel. Vaak is er bij deze katten geen sprake van echte slaap maar van geveinsde slaap. Omdat ook de alertheid toeneemt kan zelfs een lichte aanraking al als bedreigend worden ervaren en resulteren in een agressieve reactie gericht naar de eigenaar of een andere kat.

Heb je een kat die bovenstaande gedragingen laat zien, dan is de kans groot dat hij stress ervaart en in dat geval is het belangrijk dat de bron van stress wordt weggenomen. Bedenk hierbij dat fysiek ongemak ook tot stress kan leiden, dus laat altijd eerst een medische oorzaak uitsluiten. Heb je een kat die zichzelf kaal likt of onzindelijk is, ga er dan niet meteen van uit dat het stress is, maar laat ook hier de dierenarts een fysieke oorzaak uitsluiten. Als de dierenarts vermoedt dat stress een oorzaak is, schakel dan een ervaren kattengedragstherapeut in. Die kan het gedrag van de kat in de eigen leefomgeving bekijken, en achterhalen of er sprake is van acute of chronische stress en wat mogelijke stressbronnen zijn.

Deze column verscheen eerder op Animals Today.

Loading

Katten binnenhouden?

Sinds een aantal jaar heerst er een felle discussie over het al dan niet binnenhouden van katten. Voor- en tegenstanders vliegen elkaar hierbij soms zo heftig in de haren dat topics op sociale media gesloten worden. Maar wat is nu in het belang van de kat; wel of niet naar buiten?

Binnenkatten

Allereerst is het belangrijk te realiseren dat een ‘binnenkat’ geen apart ras is dat zich na zorgvuldige fokselectie heeft aangepast aan een leven binnenshuis. Zogenaamde ‘binnenkatten’ zijn katten die binnen worden gehouden en niet naar buiten kunnen of mogen. En dat dient helaas niet altijd het welzijn van de kat en kan ook tot gedragsproblemen leiden.

Het natuurlijke leefgebied van een kat kan variëren, maar is vaak vele malen groter dan een gemiddelde woning. Buiten kan een kat zijn natuurlijke gedrag uitoefenen zoals jagen, klimmen en exploreren. Ook wordt hij voortdurend blootgesteld aan allerlei uitdagingen, nieuwe prikkels zoals wapperende blaadjes, regen en sneeuw of fladderende insecten. Een binnenomgeving is bijna altijd hetzelfde, verveling ligt dus snel op de loer met als gevolg frustratie, sloopgedrag, agressie en overmatig aandacht vragen.

Het buitenleven

Aan het  buitenleven kleven echter ook nadelen en dat zijn niet alleen de risico’s die de kat zelf loopt, zoals verwondingen, vergiftigingen, ziektes en aanrijdingen. Katten hebben namelijk ook een impact op de fauna; ongeacht hun hongergevoel, doden ze knaagdieren en vogels. Ze kunnen ook overlast en burenruzies veroorzaken, niet alleen omdat ze hun behoeften doen in andermans tuinen, maar ook omdat ze soms andere katten of honden aanvallen. En dan is er nog het risico op vermissing. Ze kunnen van iets schrikken, weggejaagd worden of verdwalen. Ook zijn er kattenhaters die katten vangen en kilometers verderop weer uitzetten. Niet weten wat er met je kat gebeurd is, zorgt voor veel zorgen en verdriet bij eigenaren.

katten binnenhouden

Het beste van beide

Misschien is een kat (en eigenaar) wel het beste af in een omgeving waarin de kat naar buiten kan, maar waar hij tegelijkertijd geen gevaar loopt of overlast kan veroorzaken. In de praktijk komt dit neer op het afzetten van de tuin en daar zijn gelukkig ook steeds meer systemen voor te koop, denk aan ronddraaiende palen of profielen op een schutting zodat een kat geen grip heeft. Een kattenluik in de tuindeur zou het kattengeluk helemaal afmaken; de kat heeft dan zelf de mogelijkheid om naar buiten te gaan en is niet afhankelijk van de eigenaar.  

En als er geen tuin is?

Maat wat als er geen tuin is? Is een kat altijd slecht af op een appartement of bovenwoning? Niet per se, want er zijn natuurlijk ook individuele verschillen; de ene kat past zich beter aan een binnenomgeving aan dan een ander. Ook is er uiteraard een verschil tussen een flat en een huis met drie verdiepingen. Een jonge actieve kat, en zeker een jonge kater, op een appartement of flat is echter bijna altijd een slecht idee.

Katten binnenhouden betekent ook concessies doen. Het is namelijk niet reëel om een kat op een klein appartement van alles te verbieden, zoals in de slaapkamers komen of op tafels springen. Ook vraagt het best veel tijd en inspanning van een eigenaar om een kat bezig te houden. Daarnaast wordt de inrichting er met de noodzakelijke klimbomen en krabpalen niet altijd mooier op. Een kat kun je nu eenmaal niet aanpassen aan de omgeving, maar de omgeving wel aan een kat.

Dit artikel is eerder verschenen in het vakblad van Dibevo.

Loading

Een kat iets afleren

Een kat iets afleren, zoals bijvoorbeeld op de tafel springen of aan de deur krabben? Een eitje! Als je maar eerst bedenkt waarom je kat het gedrag vertoont. Katten hebben een reden voor hun gedrag en als je die weet te achterhalen, gaat het afleren van ongewenst gedrag een stuk makkelijker. Je kunt ze dan namelijk eerst een alternatief bieden waardoor de motivatie om het gedrag te vertonen een stuk lager wordt.

een kat iets aflerenStel jouw kat springt voortdurend op het aanrecht. Kruip eens in de huid van je kat en vraag je af waarom hij dat doet? Heeft hij honger en valt er regelmatig iets van het aanrecht te snaaien? Laat dan nooit iets eetbaars liggen en zorg dat je kat geen hongergevoelens heeft. Dit kun je doen door hem verspreid over de dag en avond kleine beetjes eten te geven. Misschien is de druppende kraan een reden voor je kat om op het aanrecht te springen omdat hij van stromend water houdt? Bied hem in dat geval een waterfonteintje aan op de grond. Een andere  reden om op het aanrecht te springen kan zijn dat je kat daar uitzicht heeft op de voortuin. Een hoge paal in de buurt van dat raam kan dan een goed alternatief zijn.

Het aanbieden van een alternatief kan in veel gevallen voldoende zijn om het ongewenste gedrag te stoppen. Maar soms moet je ook een tweede stap nemen en dat is het ongewenste gedrag onmogelijk of onaantrekkelijk maken. In dit voorbeeld zou je dat kunnen doen door het aanrecht tijdelijk te blokkeren of te zorgen dat het aanrecht ‘plakt’. Dit kun je doen door het aanrecht te bedekken met een stuk karton en dat te beplakken met dubbelzijdig tape. De plakkerige ervaring zorgt er voor dat de kat het niet snel nog eens zal proberen en waarom zou hij? Hij heeft tenslotte ook een alternatief!

Deze blog verscheen eerder op Verhuisdieren.nl.

Loading

Katten die bevriend zijn niet uit elkaar halen

Bij (her)plaatsing van katten wordt er in asielen of bij organisaties zoals Verhuisdieren steeds beter gekeken of er een goede match is met het potentiële kattenbaasje. Hierdoor worden verkeerde verwachtingen gemanaged en wordt het terugbrengen van de kat voorkomen. Een goede zaak, maar wat misschien weleens over het hoofd wordt gezien is dat er bij (her)plaatsing ook vriendschappen tussen katten verbroken kunnen worden.

katten die bevriend zijnKatten kunnen bevriend zijn met een soortgenootje. Voor een dier met solitaire voorouders best bijzonder, maar dus ook iets om rekening mee te houden als je katten (her)plaatst. Een kat wi graag bij zijn vriend(en) blijven. Maar hoe herken je vriendschap in de kattenwereld? Je kunt zeggen dat een kat die frequent sociaal gedrag vertoont naar een andere kat bevriend is met de ander. Dus als katten in rust tegen elkaar aan liggen en elkaar wassen zijn het vriendjes.

Dit gegeven is ook voor mensen die een kat willen afstaan, iets om mee te nemen in hun beslissing. Als de betreffende kat namelijk bevriend is met een andere kat, kunnen beide katten beter samen herplaatst worden. Een herplaatsing is al stressvol en als een kat daarbij ook zijn maatje verliest, is dat wel erg sneu. Ben je zelf op zoek naar een kat? Vraag dan of de kat bevriend is met een andere kat en neem de kat alleen als je ook ruimte hebt voor zijn vriend(in).

Deze blog verscheen eerder op Verhuisdieren.nl.

Loading

Klokhuis: Waarom miauwt een kat?

waarom miauwt een katWaarom miauwt een kat? Met deze vraag werd ik benaderd door het kinderprogramma Klokhuis. De opnames vonden plaats in het Kattencafé Kopjes in Amsterdam. In de uitzending ga ik in op de vraag waarom katten miauwen, waarom de ene kat meer miauwt dan de andere en geef ik tips om overmatig miauwen tegen te gaan. De uitzending is hier terug te kijken.

Loading

Vuurwerktraining voor katten

De tijd gaat snel en voor we het weten staan we weer met champagne en oliebol buiten, terwijl onze katten binnen gestrest onder het bed liggen. Dat verpest toch een beetje de feestpret en daarom is het niet alleen fijn voor je kat, maar ook voor jezelf als de kat voorbereid is op de vuurwerkperiode.

Als je hiermee aan de slag wilt, is het belangrijk om nu te beginnen en niet te wachten totdat je buiten al af en toe een harde knal hoort. Dan ben je eigenlijk al te laat want dan heeft jouw kat meteen weer een vervelende ervaring met vuurwerk. Je wilt hem eigenlijk leren dat vuurwerk niet zo eng is en dat kun je doen met behulp van vuurwerkgeluiden op een cd of via internet.

Vuurwerktraining

Begin met het heel zachtjes afspelen van de geluiden, het geluid mag geen angst opwekken bij je kat. De kat mag dus geen grote pupillen of platte oren hebben, of zich laag over de grond bewegen. Geef de kat tijdens het afspelen van de geluiden iets heel lekkers of speel een spelletje met hem.

vuurwerktraining bij katten

Als dit goed gaat, je kat is niet bang, hij eet of speelt door dan kun je de volgende dag het volume ietsje harder zetten. Als dit ook goed gaat, de kat vertoont geen angst en eet of speelt ook nu weer gewoon door, dan kan je volgende dag het volume opnieuw iets harder zetten. Dit herhaal je dagelijks totdat het geluid zo hard staat dat het vergelijkbaar is met wat je tijdens oud & nieuw hoort.

Hoe lang een dergelijke vuurwerktraining duurt is niet te zeggen, de kat bepaalt het tempo. Stopt je kat met eten of spelen dan staat het volume te hard en zul je een stapje terug moeten doen. Ook daarom is het verstandig om ruim op tijd met de training te beginnen. Je hebt dan ruim de tijd om je kat vuurwerkbestendig te maken.

Deze blog verscheen eerder op Verhuisdieren.nl.

Loading

Binnenkatten

Binnenkatten bestaan eigenlijk niet. Een binnenkat is namelijk geen apart ras dat zich na zorgvuldige fokselectie heeft aangepast aan een leven binnenshuis. Binnenkatten zijn katten die binnen worden gehouden en niet naar buiten kunnen of mogen. En dat dient helaas niet altijd het welzijn van de kat en kan ook tot gedragsproblemen leiden.

binnenkattenBinnen heeft een kat in veel gevallen onvoldoende mogelijkheden voor het uitoefenen van zijn natuurlijke gedrag zoals jagen en exploreren. Het natuurlijke leefgebied van een kat kan variëren, maar is vaak vele malen groter dan een gemiddelde woning. Daarnaast is een binnenomgeving altijd hetzelfde terwijl een kat buiten voortdurend blootgesteld wordt aan allerlei uitdagingen. Verveling ligt dus snel op de loer met als gevolg frustratie, sloopgedrag, agressie en overmatig miauwen.

Bij katten die met meerdere katten binnen leven, kan zich nog een ander probleem voordoen en dat is dat ze elkaar onvoldoende uit de weg kunnen gaan. Katten die niet bevriend zijn en elkaar niet opzoeken voor vriendschappelijke interacties, willen graag afstand houden van elkaar. Dat is in een binnenomgeving maar beperkt mogelijk waardoor er vaak stress ontstaat. Een kat beweegt dan niet meer vrijuit en is altijd op zijn hoede.

Natuurlijk zijn er individuele verschillen en past de ene kat zich beter aan een binnenomgeving aan dan een ander. Ook is er uiteraard een verschil tussen een flat en een huis met drie verdiepingen. Een jonge actieve kat, en zeker een jonge kater, op een appartement of flat is echter bijna altijd een slechte combinatie. Als mensen dat toch graag willen dan zou ik ze in ieder geval twee kittens tegelijk adviseren.

binnenkattenKatten binnenhouden betekent ook concessies doen. Het is namelijk niet reëel om een kat op een appartement van alles te verbieden, zoals in de slaapkamers komen of op tafels springen. Ook kost het de eigenaar tijd om de benodigde jachtpartijen te faciliteren met speelhengels. Daarnaast wordt de inrichting vaak een stuk minder smaakvol met de noodzakelijke klimbomen en krabpalen. Een kat kun je nu eenmaal niet aanpassen aan de omgeving, maar de omgeving wel aan een kat.

Wat betreft meerdere katten in een flat of appartement moet er misschien een stelregel komen; niet meer katten dan beschikbare kamers. Katten kunnen elkaar dan uit de weg gaan en hoeven zich niet altijd in elkaars blikveld te bevinden. Het is dan ook belangrijk om in iedere kamer resources aan te bieden, zoals voer, water, slaapplek en kattenbak. Een kat kan dan zelf kiezen waar hij is en wordt niet ‘gedwongen’ de ander te ontmoeten.

Deze column gaat over het welzijn van binnenkatten en is niet per se een pleidooi voor het massaal naar buiten laten van katten. Hoewel ik er wel een voorstander van ben om katten naar buiten te laten, vind ik namelijk ook dat we katten geen onnodig gevaar moeten laten lopen en dat ze geen overlast mogen veroorzaken.

Deze column verscheen eerder op AnimalsToday.

Loading

Kat herplaatsen?

Een kat herplaatsen? Daar rust nogal een taboe op. ‘Een dier neem je voor je leven’, wordt er vaak gezegd. Sommige herplaatsingen zijn misschien inderdaad gemakzuchtig, maar herplaatsen kan ook juist in het belang van het dier zijn.

kat herplaatsenStel, mensen hebben er met de beste bedoelingen een kat bij genomen en dit blijkt helemaal verkeerd uit te pakken,ondanks een voorzichtige introductie. De kat des huizes trekt zich terug, is niet meer zijn vrolijke zelf en is duidelijk ongelukkig met de komst van de nieuwe huisgenoot. Is het dan fair ten opzichte van de kat, die nergens om gevraagd heeft, de nieuwkomer te houden?

Of wat te denken van katten die zich niet kunnen aanpassen aan een binnenomgeving? Er zijn veel katten, vooral jonge katers, die ongelukkig zijn op een flat of appartement. Ze slopen, miauwen non-stop, of slapen heel veel vanuit verveling. Als omgevingsverrijking dan onvoldoende resultaat heeft, is het juist fijn als mensen het belang van het dier voorop stellen en de kat herplaatsen naar een huis met een tuin.

Een ander voorbeeld zijn katten die gestrest raken van de buurkatten, terwijl de eigenaar niet de mogelijkheid heeft om confrontaties te voorkomen. De tuin kan bijvoorbeeld niet afgeschermd worden of ondanks de afgeschermde tuin ruikt de kat nog steeds door de schutting andere katten. Wat verdient dan de voorkeur; een bestaan vol stress of herplaatsing naar een katvrije omgeving?

Herplaatsing is uiteraard een ingrijpende gebeurtenis, maar als een kat niet om kan gaan met de situatie waarin hij moet leven, kan het de kat (en de eigenaar) wel gelukkiger maken.

Deze blog verscheen eerder op Verhuisdieren.nl

Loading

Een tweede kat erbij

Samen met mijn collega’s van Tinley Gedragstherapie voor Dieren schijf ik voor het maandblad Ditjes & Datjes. Dit keer gaat het over het wel of niet een tweede kat erbij nemen en geef ik 3 tips.

Veel mensen vragen zich af of hun kat een vriendje nodig heeft. Dit is niet gemakkelijk te beantwoorden omdat het per kat verschilt. De socialisatie met soortgenoten speelt hierbij een belangrijke rol. Een volwassen kat die bijvoorbeeld als kitten maar 8 weken samen is geweest met moeder en nestgenootjes en daarna jarenlang als enige kat heeft geleefd, kan angstig en agressief reageren op een soortgenoot. Zo’n kat heeft niet goed geleerd om te gaan met andere katten en kan het beste alleen blijven.

Een kitten zal in veel gevallen juist blij zijn met een soortgenootje. Die wil spelen en heeft dit spel ook nodig om zich goed te ontwikkelen. Als u aan een kitten begint, is het dus aan te raden er twee tegelijk te nemen. Kittens uit hetzelfde nest maken de meeste kans op levenslange vriendschap, maar kittens uit twee verschillende nesten is een goed alternatief. Een oudere kat en een kitten is geen goed idee. Oudere katten hebben minder behoefte om te spelen en kunnen gestrest raken van een kitten wat hen continu benadert voor spel.

Twee kittens tegelijk nemen, is zeker belangrijk als ze binnen moeten blijven. Katten die ook naar buiten mogen, kunnen jagen, klimmen en de omgeving verkennen, ze zijn dus niet snel verveeld. Ook kunnen ze buiten het gezelschap opzoeken van andere, vriendelijke katten, als ze willen. Een kat die binnen wordt gehouden, heeft vaak onvoldoende bezigheden en kan dus erg gebaat zijn bij een kameraadje.

Gesocialiseerd of niet?     

Neem er geen tweede kat bij als uw kat niet goed gesocialiseerd is met soortgenoten. Probeer te achterhalen of hij minimaal 3 maanden contact heeft gehad met zijn moeder en nestgenoten of met andere sociale katten. Als dat onbekend is, kijk dan hoe hij reageert als hij bijvoorbeeld buiten een kat ziet lopen. Is dat agressief, dan is er een kans dat hij niet goed gesocialiseerd is met katten (of een sterke territoriumdrift heeft) en niet zit te wachten op een soortgenoot.

Voorzichtig introduceren

Introduceer een nieuwe kat altijd voorzichtig. Richt een aparte kamer in met een kattenbak, water, voer en een aantal verstopplekken en laat de nieuwkomer eerst wennen aan de nieuwe omgeving. Pas op het moment dat de nieuwe kat ontspannen in zijn kamer rondloopt, kan hij geïntroduceerd worden aan de al aanwezige kat. Op www.mijnkatisagressief.nl vindt u bij de praktische tips een stappenplan dat u kunt volgen om de katten geleidelijk aan elkaar te laten wennen.

Niet laten vechten

Zijn er onderlinge problemen tussen uw kat en de nieuwkomer? Laat de katten niet vechten, maar grijp in en scheid ze van elkaar. Het kan zijn dat de introductie meer tijd kost. Twijfelt u of de katten spelen of vechten? Let dan op wat u ziet en hoort. Spelende katten houden hun nagels ingetrokken, bijten niet door en maken geen geluid, dus blazen, grommen en krijsen niet. Daarnaast wisselen spelende katten van rol en rennen ze elkaar om beurten achterna.

Loading

RTL: Kattengedragstherapie wordt steeds normaler

In augustus 2017 werd ik door RTL-nieuws geïnterviewd over het vak kattengedragstherapie:

Kattengedragstherapeut Yvon Sweere merkt dat katteneigenaren vaak hulp bij haar zoeken omdat hun kat in huis plast of poept, of agressief is. “Vaak is er voor onzindelijkheid een medische oorzaak, maar als de dierenarts geen oplossing heeft, dan kan ik die vaak in het huis vinden. De kattenbak is dan bijvoorbeeld te klein, of de kattenbakvulling is niet geschikt. Soms moet de bak gedeeld worden met andere katten, en dat kan ook voor problemen zorgen.

“Als ik baasjes probeer te helpen, zie ik vaak dat ze menselijke verklaringen voor het kattengedrag zoeken. Bij een kat die op bed poept, zegt het baasje bijvoorbeeld: dat komt omdat hij jaloers is en aandacht wil. Maar een kat gaat echt niet op bed poepen om jou dwars te zitten, hij doet dat omdat het voor hem een fijnere, schonere plek is om te poepen dan zijn eigen kattenbak.”

Angst

“Toch is het grootste probleem onder katten waarschijnlijk angst, zegt Sweere. “Mensen bellen mij daar niet zo snel voor op omdat ze er zelf geen last van hebben dat hun kat bang is. Toch zijn veel katten bang voor allerlei dingen, van stofzuigers tot andere katten. Als een kat bang is, zie je dat duidelijk aan zijn lichaamstaal: zijn pupillen zijn groot, zijn oren liggen plat en hij neemt een lage houding aan.

Veel katteneigenaren herkennen dat niet, omdat ze maar weinig van de lichaamstaal van dieren weten. Ik denk dat er veel dierenleed voorkomen zou kunnen worden als we op school les zouden geven over de lichaamstaal. Ook bijtincidenten bij honden kunnen dan voorkomen worden.”

Loading

Verveling bij katten

Verveling bij katten komt heel veel voor, vooral bij katten die binnen worden gehouden. Maar het wordt niet altijd herkend. Als een kat de boel sloopt of voortdurend probeert te ontsnappen, dan is het vaak wel duidelijk. Maar een kat die continu miauwt of achter je aanloopt, kan ook verveeld zijn. Daarnaast is veel slapen niet normaal;  boerderijkatten slapen niet meer dan 12 uur.

Om verveling tegen te gaan, is het belangrijk dat een kat voldoende bezigheden heeft. Katten besteden van nature een groot deel van de dag aan jagen en het verkennen van nieuwe gebieden (exploreren). In een binnenomgeving kun je je kat laten jagen door met speelhengels te spelen, maar hoe voorzie je nou in de behoefte aan exploratie als je op een appartement of flat woont?

verveling bij kattenGeef je kat allereerst de mogelijkheid om dagelijks alle ruimtes in huis te verkennen. Heb je een balkon? Installeer dan een kattenluik in de balkondeur. Misschien kun je een kattentrappetje maken naar een (veilige) binnentuin? Dit kan zelfs vanaf 4 hoog, zie bijvoorbeeld mijn Pinterestpagina Kattenladders. Een andere optie is je kat ’s ochtends via het trappenhuis de binnentuin in laten en hem ’s avonds weer ophalen.

Kan dat allemaal niet, laat dan je kat dagelijks exploreren in het trappenhuis. Of leer de kat een tuigje aan en maak dagelijks een wandeling op een rustig moment. Als laatste nog een idee waarmee je ook andere mensen blij mee kan maken: Informeer bij je buren – onder het motto ‘wel de lusten, niet te lasten’ – of je kat iedere dag bij hun naar binnen mag.

Deze blog verscheen eerder op Verhuisdieren.nl.

Loading

Hoe denken katten?

hoe denken kattenHoe denken katten? Wat gaat er om in het hoofd van de kat? Onderzoek naar cognitieve functies zoals waarnemen, leren, onthouden, beslissen, redeneren, problemen oplossen en tellen is helemaal hot, en niet alleen bij mensen. Zo zijn er wereldwijd  verschillende onderzoeksgroepen die onderzoeken hoe dieren denken en zijn er in de afgelopen 10 jaar heel veel artikelen over cognitie bij honden gepubliceerd. Onderzoek naar de denkwereld van katten is helaas zeldzamer.

Katten blijken niet heel coöperatieve onderzoekssubjecten en dat zal mede de reden zijn waarom er nog zo weinig onderzoek naar cognitie bij katten gedaan is. In de woorden van Adám Miklósi, een van werelds voornaamste onderzoekers op het gebied van hondencognitie: “We hebben één studie met katten gedaan, en dat was genoeg”. Een van de redenen hiervoor is ongetwijfeld het feit dat katten moeilijker te trainen zijn dan honden. Honden zijn van oorsprong gefokt om samen te werken met mensen en dit vergemakkelijkt de training.

Maakt dit de hond intelligenter dan katten? Je kunt onmogelijk het ene dier intelligenter noemen dan de ander. Ieder dier is namelijk op unieke wijze aangepast aan zijn omgeving en op een unieke wijze toegerust om problemen in zijn omgeving op te lossen. Zoals de Engelse kattengedragsdeskundige John Bradshaw zegt: “Ik zou een vreselijke kat zijn!” Iedere soort heeft die vaardigheden ontwikkeld die het nodig heeft om te overleven. Als een dier niet blijkt te kunnen tellen, is het dan minder intelligent dan een dier dat wel kan tellen? Misschien is tellen wel helemaal niet relevant voor die betreffende soort. Of is het juiste experiment nog niet bedacht. Een experiment moet uiteraard wel passen bij het gedrag of de zintuiglijke vermogens van de betreffende soort.

Onderzoek tot op heden laat zien dat katten kunnen leren, dat doen ze op verschillende manieren maar voornamelijk via conditionering; het leggen van associaties en verbanden. Ze snappen ook dat iets dat uit het zicht is nog steeds bestaat (objectpermanentie, een belangrijke cognitieve mijlpaal voor kinderen). Als je een object achter een obstakel laat verdwijnen gaan ze namelijk achter de hindernis zoeken. Dit vermogen en het feit dat ze kunnen leren, betekent dat katten dus ook een geheugen hebben. Ze zijn volgens de huidige inzichten echter niet in staat tot om onderscheid te maken tussen aantallen, in tegenstelling tot vissen voor wie tellen blijkbaar van groot belang is. Vissen zijn zeer sociale dieren die elkaar moeten volgen in grote scholen. Katten, aan de andere kant, stammen af van een solitair voorouder.

Als laatste een leuk feit over de ruimtelijke oriëntatie van katten. Katten vormen een mentale kaart van hun omgeving, maar dit blijkt een kaart waarop de kat zelf het middelpunt is, ze nemen zichzelf als referentie. In plaats van het in kaart brengen van herkenningspunten (de boom staat links van de schuur, de schuur staat achterin de tuin), zoals wij dat doen, maakt de kat een mentale kaart met zichzelf in het midden en al het andere ten opzichte van zijn eigen positie (links van mij, rechts van mij). Het gevoel van ruimte van een kat  wordt daarom ‘egocentrisch’ genoemd. Wil je meer lezen over cognitieonderzoek bij katten, dan vindt je hier een overzichtsartikel, inclusief referenties.

Deze column verscheen eerder op AnimalsToday.

Loading

Hoe help ik mijn angstige kat?

hoe help ik mijn angstige kat

Hoe help ik mijn angstige kat? Met deze vraag kwam Micky, redacteur van Verhuisdieren.nl bij mij terecht. Micky vertelde het volgende:

“Ik heb twee poezen, Dapper en Tipsy, ze zijn beiden vijf jaar, maar schelen zes maanden. Ze hebben dezelfde moeder. Dapper is een lieve, relaxte, sociale, vriendelijke, nieuwsgierige goedzak en Tipsy is ook heel lief, maar ook gevoelig, hypersensitief, schrikachtig en bang. Dapper mag je altijd knuffelen, maar zou nooit op je schoot komen zitten. Bij Tipsy is het precies andersom, die mag je nooit knuffelen, maar die komt ’s avonds uitgebreid op je schoot zitten.”

“Het verrassende aspect was dat Yvon niet zo zeer kwam om Tipsy te helpen/trainen, maar om mij te trainen. Ik maakte me namelijk meteen al zorgen dat Tipsy zich niet zou laten zien zodra Yvon op bezoek zou komen. Toen ik die zorgen kenbaar maakte aan Yvon, vertelde ze dat ze in principe Tipsy niet eens hoefde te zien. Ze kwam voor een trainingsprogramma voor mij!”

Nieuwsgierig naar het trainingsprogramma? Lees hier verder.

Loading