Pas op met label stress

Er zijn nogal wat misverstanden als het gaat om stress bij katten. Dat komt in veel gevallen door een verkeerd begrip van stress, maar er is ook onwetendheid over hoe je stress herkent. Dat betekent dat een kat die stress ervaart soms niet de juiste hulp krijgt. Maar ook dat een kat het label ‘gestrest’ kan krijgen terwijl hij geen stress heeft maar ziek is.

Vooral bij katten die zichzelf overmatig wassen of die onzindelijk zijn, wordt snel aangenomen dat stress de oorzaak is. Met als gevolg dat er geen of onvoldoende medisch onderzoek wordt gedaan. Bij onzindelijkheid kunnen bijvoorbeeld urinewegproblemen een rol spelen, maar wordt niet altijd de urine van de kat onderzocht of aanvullend onderzoek zoals een echo gedaan. Van kaal likken is bekend dat het in bijna 80 procent van de gevallen een fysieke oorzaak zoals jeuk, allergie of pijn heeft. Maar net als bij onzindelijkheid krijgt ook hier de kat vaak het label ‘stress’ en blijft behandeling uit.

Je kunt pas concluderen dat stress de boosdoener is nadat alle mogelijke fysieke oorzaken zijn uitgesloten en je ook daadwerkelijk in het gedrag van de kat ziet dat hij stress ervaart. Veel van de zogenaamde stresskatten die ik tijdens een huisbezoek zie, vertonen geen enkel teken van stress.

pas op met label stress

Stress kun je herleiden uit een complex van geobserveerde gedragingen en vergt een geoefend oog en kennis van lichaamstaal en gedrag van de kat. Essentieel is dat het gedrag van de kat wordt geobserveerd in zijn eigen vertrouwde omgeving. Bijna alle katten ervaren namelijk stress wanneer zij zich in een vreemde omgeving bevinden. Bij acute stress kunnen er fysiologische reacties zichtbaar zijn, zoals bijvoorbeeld een snelle ademhaling, gespannen spieren en verwijde pupillen. Ook kunnen er gedragsmatige reacties optreden die conflictgedragingen of stresssignalen worden genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld het aflikken van neus en bekje, plotseling krabben of likken van het lichaam, uitschudden, gapen en het heffen van een voorpootje.

Langdurige activering van het stresssysteem, ofwel chronische stress, kan resulteren in vermindering van de eetlust, diarree of overgeven. Maar het kan ook leiden tot passiviteit en minder variatie in gedrag. Gestreste katten exploreren en spelen vaak minder, en kunnen hun belangstelling voor interactie verliezen. Continu stilzitten, naar elkaar kijken en langzaam bewegen in elkaars bijzijn, kunnen bij katten die in een groep leven ook indicatoren zijn van chronische stress. Opvallend is ook de neiging zich te verstoppen. Daarnaast is er vaak sprake van een verhoogde alertheid; gestreste katten zijn behoedzaam, waakzaam en schrikken snel. Vaak is er bij deze katten geen sprake van echte slaap maar van geveinsde slaap. Omdat ook de alertheid toeneemt kan zelfs een lichte aanraking al als bedreigend worden ervaren en resulteren in een agressieve reactie gericht naar de eigenaar of een andere kat.

Heb je een kat die bovenstaande gedragingen laat zien, dan is de kans groot dat hij stress ervaart en in dat geval is het belangrijk dat de bron van stress wordt weggenomen. Bedenk hierbij dat fysiek ongemak ook tot stress kan leiden, dus laat altijd eerst een medische oorzaak uitsluiten. Heb je een kat die zichzelf kaal likt of onzindelijk is, ga er dan niet meteen van uit dat het stress is, maar laat ook hier de dierenarts een fysieke oorzaak uitsluiten. Als de dierenarts vermoedt dat stress een oorzaak is, schakel dan een ervaren kattengedragstherapeut in. Die kan het gedrag van de kat in de eigen leefomgeving bekijken, en achterhalen of er sprake is van acute of chronische stress en wat mogelijke stressbronnen zijn.

Deze column verscheen eerder op Animals Today.

Loading

Binnenkatten

Binnenkatten bestaan eigenlijk niet. Een binnenkat is namelijk geen apart ras dat zich na zorgvuldige fokselectie heeft aangepast aan een leven binnenshuis. Binnenkatten zijn katten die binnen worden gehouden en niet naar buiten kunnen of mogen. En dat dient helaas niet altijd het welzijn van de kat en kan ook tot gedragsproblemen leiden.

binnenkattenBinnen heeft een kat in veel gevallen onvoldoende mogelijkheden voor het uitoefenen van zijn natuurlijke gedrag zoals jagen en exploreren. Het natuurlijke leefgebied van een kat kan variëren, maar is vaak vele malen groter dan een gemiddelde woning. Daarnaast is een binnenomgeving altijd hetzelfde terwijl een kat buiten voortdurend blootgesteld wordt aan allerlei uitdagingen. Verveling ligt dus snel op de loer met als gevolg frustratie, sloopgedrag, agressie en overmatig miauwen.

Bij katten die met meerdere katten binnen leven, kan zich nog een ander probleem voordoen en dat is dat ze elkaar onvoldoende uit de weg kunnen gaan. Katten die niet bevriend zijn en elkaar niet opzoeken voor vriendschappelijke interacties, willen graag afstand houden van elkaar. Dat is in een binnenomgeving maar beperkt mogelijk waardoor er vaak stress ontstaat. Een kat beweegt dan niet meer vrijuit en is altijd op zijn hoede.

Natuurlijk zijn er individuele verschillen en past de ene kat zich beter aan een binnenomgeving aan dan een ander. Ook is er uiteraard een verschil tussen een flat en een huis met drie verdiepingen. Een jonge actieve kat, en zeker een jonge kater, op een appartement of flat is echter bijna altijd een slechte combinatie. Als mensen dat toch graag willen dan zou ik ze in ieder geval twee kittens tegelijk adviseren.

binnenkattenKatten binnenhouden betekent ook concessies doen. Het is namelijk niet reëel om een kat op een appartement van alles te verbieden, zoals in de slaapkamers komen of op tafels springen. Ook kost het de eigenaar tijd om de benodigde jachtpartijen te faciliteren met speelhengels. Daarnaast wordt de inrichting vaak een stuk minder smaakvol met de noodzakelijke klimbomen en krabpalen. Een kat kun je nu eenmaal niet aanpassen aan de omgeving, maar de omgeving wel aan een kat.

Wat betreft meerdere katten in een flat of appartement moet er misschien een stelregel komen; niet meer katten dan beschikbare kamers. Katten kunnen elkaar dan uit de weg gaan en hoeven zich niet altijd in elkaars blikveld te bevinden. Het is dan ook belangrijk om in iedere kamer resources aan te bieden, zoals voer, water, slaapplek en kattenbak. Een kat kan dan zelf kiezen waar hij is en wordt niet ‘gedwongen’ de ander te ontmoeten.

Deze column gaat over het welzijn van binnenkatten en is niet per se een pleidooi voor het massaal naar buiten laten van katten. Hoewel ik er wel een voorstander van ben om katten naar buiten te laten, vind ik namelijk ook dat we katten geen onnodig gevaar moeten laten lopen en dat ze geen overlast mogen veroorzaken.

Deze column verscheen eerder op AnimalsToday.

Loading

Hoe denken katten?

hoe denken kattenHoe denken katten? Wat gaat er om in het hoofd van de kat? Onderzoek naar cognitieve functies zoals waarnemen, leren, onthouden, beslissen, redeneren, problemen oplossen en tellen is helemaal hot, en niet alleen bij mensen. Zo zijn er wereldwijd  verschillende onderzoeksgroepen die onderzoeken hoe dieren denken en zijn er in de afgelopen 10 jaar heel veel artikelen over cognitie bij honden gepubliceerd. Onderzoek naar de denkwereld van katten is helaas zeldzamer.

Katten blijken niet heel coöperatieve onderzoekssubjecten en dat zal mede de reden zijn waarom er nog zo weinig onderzoek naar cognitie bij katten gedaan is. In de woorden van Adám Miklósi, een van werelds voornaamste onderzoekers op het gebied van hondencognitie: “We hebben één studie met katten gedaan, en dat was genoeg”. Een van de redenen hiervoor is ongetwijfeld het feit dat katten moeilijker te trainen zijn dan honden. Honden zijn van oorsprong gefokt om samen te werken met mensen en dit vergemakkelijkt de training.

Maakt dit de hond intelligenter dan katten? Je kunt onmogelijk het ene dier intelligenter noemen dan de ander. Ieder dier is namelijk op unieke wijze aangepast aan zijn omgeving en op een unieke wijze toegerust om problemen in zijn omgeving op te lossen. Zoals de Engelse kattengedragsdeskundige John Bradshaw zegt: “Ik zou een vreselijke kat zijn!” Iedere soort heeft die vaardigheden ontwikkeld die het nodig heeft om te overleven. Als een dier niet blijkt te kunnen tellen, is het dan minder intelligent dan een dier dat wel kan tellen? Misschien is tellen wel helemaal niet relevant voor die betreffende soort. Of is het juiste experiment nog niet bedacht. Een experiment moet uiteraard wel passen bij het gedrag of de zintuiglijke vermogens van de betreffende soort.

Onderzoek tot op heden laat zien dat katten kunnen leren, dat doen ze op verschillende manieren maar voornamelijk via conditionering; het leggen van associaties en verbanden. Ze snappen ook dat iets dat uit het zicht is nog steeds bestaat (objectpermanentie, een belangrijke cognitieve mijlpaal voor kinderen). Als je een object achter een obstakel laat verdwijnen gaan ze namelijk achter de hindernis zoeken. Dit vermogen en het feit dat ze kunnen leren, betekent dat katten dus ook een geheugen hebben. Ze zijn volgens de huidige inzichten echter niet in staat tot om onderscheid te maken tussen aantallen, in tegenstelling tot vissen voor wie tellen blijkbaar van groot belang is. Vissen zijn zeer sociale dieren die elkaar moeten volgen in grote scholen. Katten, aan de andere kant, stammen af van een solitair voorouder.

Als laatste een leuk feit over de ruimtelijke oriëntatie van katten. Katten vormen een mentale kaart van hun omgeving, maar dit blijkt een kaart waarop de kat zelf het middelpunt is, ze nemen zichzelf als referentie. In plaats van het in kaart brengen van herkenningspunten (de boom staat links van de schuur, de schuur staat achterin de tuin), zoals wij dat doen, maakt de kat een mentale kaart met zichzelf in het midden en al het andere ten opzichte van zijn eigen positie (links van mij, rechts van mij). Het gevoel van ruimte van een kat  wordt daarom ‘egocentrisch’ genoemd. Wil je meer lezen over cognitieonderzoek bij katten, dan vindt je hier een overzichtsartikel, inclusief referenties.

Deze column verscheen eerder op AnimalsToday.

Loading

Solitair of groepsdier?

Solitair of groepsdier? Hoe zit het nou met het sociale leven van katten? Een veelgestelde vraag, maar de manier waarop katten met elkaar omgaan is niet zo eenduidig. Dat komt omdat ze door domesticatie niet meer geheel solitair zijn zoals hun voorouder, maar ook (nog) lang geen echt groepsdier. Hoe graag we dat laatste ook zouden willen, gezien het aantal meerkat huishoudens.

Solitair of groepsdier

Met het gedrag van katten onderling kan het alle kanten op gaan. In het meest optimistische scenario zijn ze elkaars vrienden en vertonen ze sociaal gedrag. In dat geval  zoeken ze elkaar op, wrijven ze tegen elkaar, slapen ze in één mandje en wassen ze elkaar. De kans op dit soort vriendschappen is het grootst bij kittens die samen opgroeien. Maar wat als er geen sprake is van vriendschap?

Niet bevriende katten gaan elkaar liever uit de weg. Ze lijken hun leefruimte te delen op basis van time-sharing: ze maken onderlinge afspraken over wie, waar en wanneer loopt, ligt of slaapt. Een dergelijk ‘uitgaansrooster’ of een verdeling van het gebied geeft ze de mogelijkheid om confrontaties uit de weg gaan. Daar kunnen we als eigenaar bij aansluiten door ons huis zodanig in te richten dat katten elkaar kunnen vermijden. Dat betekent zoveel mogelijk ruimte beschikbaar stellen, deuren open laten en bronnen zoals voer, kattenbakken en slaapplekken verspreiden. Zo bevorder je onderlinge tolerantie.

Naast vriendschap is verdraagzaamheid in de kattenwereld dus ook mogelijk. Maar er kan tussen katten ook een ronduit vijandige sfeer bestaan. Vliegen de plukken haar dan altijd in het rond? Nee, niet altijd. Agressie tussen katten wordt vaak gemist door eigenaren omdat het heel subtiel kan zijn. Voorbeelden hiervan zijn staren of de doorgang blokkeren. Dit kan ertoe leiden dat een kat altijd de kamer verlaat wanneer een specifieke kat binnenkomt, of er voor zorgen dat ze niet bewegen in elkaars bijzijn. Hier voert de solitaire aard van de kat, die maakt dat soortgenoten worden gezien als concurrenten, de boventoon.

Er zijn dus katten die doodongelukkig worden als ze met een soortgenoot moeten leven,  die elkaar tolereren als er genoeg voorzieningen zijn en katten die juist ongelukkig worden zonder maatje. Je zult dus naar de individuele kat moeten kijken om te bepalen of je er goed aan doet om er een kat bij te nemen of het bij één kat te houden. Hoe sterk is zijn territoriumdrift? Hoe is de socialisatie met soortgenoten verlopen? Wat voor latere ervaringen heeft hij met andere soortgenoten? En wat is zijn persoonlijkheid? Niet eenvoudig, het (a)sociale leven van katten, maar wel zo interessant.

Deze blog verscheen eerder op Animals Today.

Loading

Voornemens voor katteneigenaren

Wij mensen zijn gek op lijstjes en op goede voornemens. Dus speciaal voor alle katteneigenaren, drie goede voornemens voor een katvriendelijk nieuw jaar.

1. Op tijd naar de dierenarts

Veranderingen in het gedrag van je kat zijn vaak een aanwijzing dat hij zich niet lekker voelt of pijn heeft. Als een vriendelijke kat bij aanrakingen plots gaat blazen, is het duidelijk dat er medisch iets mis is. Maar in veel gevallen zijn de gedragsveranderingen subtieler en worden ze over het hoofd gezien. Het valt lang niet iedere eigenaar op dat een kat meer slaapt, minder speelt, of niet meer op favoriete plekken springt. Soms zijn de gedragsveranderingen wel duidelijk, zoals een kat die buiten de bak plast of zich kaal likt, maar staan verkeerde interpretaties als ‘het is stress’ een bezoek aan de dierenarts in de weg. Ik hoor regelmatig van dierenartsen dat ze katten pas in een vergevorderd stadium van een ziekte op de behandeltafel zien. Wacht dus niet te lang als je kat ander gedrag laat zien en laat een medische oorzaak door de dierenarts uitsluiten.

voornemens voor katteneigenaren

Benieuwd naar de overige twee voornemens? Lees hier de column die ik schreef voor AnimalsToday.

Loading

Horen katten buiten?

Deze vraag zou ik vroeger volmondig met ‘ja!’ hebben beantwoord. Katten moeten kat kunnen zijn, dus kunnen jagen, exploreren en klimmen, waarna ze zich bij thuiskomst tevreden op onze schoot vleien. Inmiddels ben ik daar anders over gaan denken. Natuurlijk zijn er veel katten die zich binnenshuis vervelen en geen mogelijkheden hebben tot het uitvoeren van natuurlijk gedrag. Dat is een aantasting van hun welzijn en kan tot gedragsproblemen leiden, zoals  agressie en slopen.

Aan het buitenleven kleven echter veel nadelen en dat zijn niet alleen de risico’s die de kat zelf loopt, zoals verwondingen, vergiftigingen, ziektes en aanrijdingen. Katten hebben namelijk ook een impact op de fauna; ongeacht hun hongergevoel, doden ze knaagdieren en vogels. ‘Dat is de natuur’, hoor ik vaak ter verdediging, maar het feit dat wij katten in goede conditie houden, staat  een natuurlijk evenwicht tussen prooi- en roofdier in de weg. Het is misschien pas echt natuur als we de kat geen eten en medische  verzorging meer zouden bieden.

Horen katten buitenKatten kunnen buiten ook veel overlast en burenruzies veroorzaken, niet alleen omdat ze hun behoeften doen in andermans tuinen, maar ook omdat ze soms andere katten of honden aanvallen. Katten zijn territoriaal en kunnen zeer hevig reageren op andere dieren in hun territorium. En dan is er nog het risico op vermissing, dat veel groter is bij buitenkatten. Ze kunnen van iets schrikken, weggejaagd worden of verdwalen. Ook zijn er kattenhaters die katten vangen en kilometers verderop weer uitzetten. Niet weten wat er met je kat gebeurd is, zorgt voor veel zorgen en verdriet bij eigenaren.

Maar katten die naar buiten kunnen, vertonen in ieder geval geen probleemgedrag, toch? Helaas ben je als eigenaar van een buitenkat ook niet gevrijwaard van gedragsproblemen. Waarschijnlijk is sproeien een van de meest voorkomende gedragsproblemen van katten die buiten komen. Als gedragstherapeut kom ik zelden voor een sproeiprobleem op een flat of appartement; hier voelen katten zich niet bedreigd in hun territorium. Katten die buiten komen worden echter vaak geconfronteerd met vreemde katten waardoor ze veel eerder geneigd zijn hun territorium af te bakenen.

Het is best bijzonder: de kat, mits voorzien van kattenluik, is het enige huisdier dat de volledige vrijheid heeft. Maar die vrijheid zorgt ook voor veel onnodige problemen. Moeten we katten dan binnenhouden? Ik ben nog steeds een voorstander van het naar buiten laten, maar dan wel in een omgeving die is afgeschermd. Niet in een ren; deze is vaak te klein en niet katvriendelijk, maar in een afgezette tuin waarbij de kat zelf via een kattenluik toegang toe heeft. Kat blij, maar ook eigenaren, vogelliefhebbers en buren blij.

Deze column verscheen eerder op AnimalsToday.nl.

Loading

Agressieve kat laten inslapen?

agressieve katIk heb sinds kort een nieuwe website en om de vindbaarheid van mijn site te verhogen was ik bezig met zoekwoorden in Google. In die zoektocht tikte ik ‘agressieve kat’ in en kreeg ik als eerste suggestie ‘laten inslapen’, daarna ‘opvoeden’ en als derde ‘wat te doen’. Of deze volgorde iets zegt over de voorkeur die mensen hebben als ze met een agressieve kat te maken hebben, weet ik niet. Maar ik hoop dat katteneigenaren steeds meer gaan beseffen dat er aan agressie iets te doen is.

Een agressieve kat zet geen agressie in om de baas te zijn

Agressie roept vaak agressie op en dat is ook het geval bij katten die bijten of uithalen. Ze worden toegeschreeuwd, weggeduwd, achterna gezeten of geslagen en geschopt. Dit verergert echter de agressie, waardoor er een negatieve spiraal ontstaat. De reactie van eigenaren komt vaak voort uit gedachten als: ‘ik laat de kat de regels niet bepalen’ of ‘hij moet beseffen dat hij niet de baas is’. Dit zijn echter menselijke gedachten en zeggen niets over de motivatie van de kat om agressie in te zetten. Katten zijn niet bezig met hun positie in het gezin, maar hebben hun eigen redenen om uit te halen of te bijten.

Lees in mijn column voor AnimalsToday wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn voor agressie.

Loading

Waarom katten in het asiel belanden

katten asielSoms zou je de kat slachtoffer van zijn eigen succes kunnen noemen. Omdat er in zo veel huishoudens katten aanwezig zijn, denken mensen namelijk ook veel van kattengedrag te weten. Het samenleven met een kat betekent echter niet automatisch dat er kennis is van gedrag. Niet weten waarom een kat spint of kopjes geeft is niet erg, maar als katten in huis gaan plassen of agressie gaan vertonen, kan het gebrek aan kennis funest zijn. Niet alleen voor de eigenaar die het plezier in zijn huisgenoot verliest en onnodig geld uitgeeft aan allerlei hulpmiddelen maar ook voor de katten; ze worden gestraft voor onwenselijk gedrag en belanden in het asiel vanwege aanhoudende gedragsproblemen.

Er zijn heel veel misverstanden over gedragsproblemen bij katten maar dit zijn naar mijn inzicht de meest voorkomende:

Een onzindelijke kat is een gestreste kat

Stress kan tot urinewegproblemen leiden die op hun beurt inderdaad voor onzindelijkheid kunnen zorgen. Is een medische oorzaak echter uitgesloten dan zijn de kattenbakken bijna altijd de boosdoener. Vieze bakken, overdekte bakken, te kleine bakken, te weinig bakken, verkeerde vullingen en verkeerde locaties; het kunnen allemaal redenen zijn om ergens anders te plassen.

Een kat weet wanneer hij iets gedaan heeft wat niet mag

Eigenaren die een kat straffen zijn er vaak van overtuigd dat de straf werkt. Als ze thuiskomen en ontdekken dat de kat iets gedaan heeft wat niet mag, kruipt of rent de kat immers weg. ‘Hij weet dat het niet mag’ is dan de gedachte. Maar een kat die bij thuiskomst wegkruipt of -rent, beseft niet dat hij iets heeft gedaan wat niet mag. Wat de eigenaar eigenlijk ziet is angst voor straf; de kat heeft uit ervaring geleerd dat hem iets vervelends staat te wachten en probeert dit te vermijden. Deze angst kan op haar beurt stress veroorzaken en problemen verergeren.

Katten met problemen moeten het uitvechten

Katten kunnen om verschillende redenen problemen met elkaar hebben. Het zijn territoriale dieren die hun territorium verdedigen, dus een nieuwkomer in huis kan tot een conflict leiden. Ook kunnen katten die elkaar kennen plots een conflict krijgen, bijvoorbeeld als gevolg van redirectie-agressie. Een conflict zorgt vrijwel direct voor onaangename associaties (‘jij bent eng’) dus ieder gevecht wat daar bovenop komt zal deze onaangename associatie versterken en tot meer wantrouwen leiden.

Een agressieve kat moet je laten zien wie de baas is

Onder het motto ‘je moet hem laten zien wie de baas is’ worden katten nogal eens fysiek gestraft of tegen de grond gedrukt. Dit advies wordt vooral gegeven als het om agressieve katten gaat. Fysieke straf leidt echter tot een verergering van het probleem. Een kat die agressie vanuit angst of stress inzet zal zich nog meer bedreigd voelen en zichzelf gaan verdedigen. Bij een kat die spelagressie vertoont  kan het tot nog meer (spel)opwinding leiden.

Hij doet het om te pesten, uit protest of jaloezie

Mensen plakken vaak menselijke emoties op het gedrag van hun kat, vooral jaloezie wordt vaak als verklaring voor probleemgedrag gegeven. De kat sproeit in huis of is agressief omdat ‘ie jaloers is op de baby of op het nieuwe kitten. Jaloezie, schuldgevoel of schaamte zijn echter secundaire emoties en anders dan primaire emoties zoals angst, woede of plezier, hebben katten dit soort emoties niet gemeen met mensen. Secundaire emoties zijn namelijk zelfbewuste emoties: emoties die gerelateerd zijn aan zelfbewustzijn en hoe anderen op ons reageren. Bij katten is zelfbewustzijn tot op heden nog niet aangetoond.

Meer kennis, minder gedragsproblemen, minder asielkatten

Misverstanden over gedragsproblemen leiden vaak tot een verkeerde aanpak. Een verkeerde aanpak leidt vaak weer tot verergering van de problemen. Om dit te voorkomen zou iedere katteneigenaar eigenlijk een cursus kattengedrag moet volgen. Is er al sprake van probleemgedrag, dan zou de eigenaar een analyse van het probleemgedrag door een kattengedragstherapeut moeten laten maken. Deze deskundige stelt de oorzaak van het probleem vast en geeft adviezen op maat. De website van Tinley Gedragstherapie voor Dieren biedt een overzicht van gediplomeerde en ervaren gedragstherapeuten.

Deze column verscheen eerder op Animals Today. Een uitgebreid artikel over misverstanden, inclusief tips, is hier te vinden.

Loading

Van schattig kitten naar relaxte kat

Een kitten is zo leuk en vertederend dat het moeilijk voor te stellen is dat zo’n schattig diertje kan uitgroeien tot een asociale, agressieve, gestreste kater. Toch bestaan er bij veel katten gedragsproblemen die hun oorsprong hebben in de kittentijd. En die gedragsproblemen zijn vaak weer een reden om een kat af te staan.

Als een kitten bijvoorbeeld te vroeg wordt weggehaald bij moeder en nestgenoten mist het een belangrijk deel van zijn ontwikkeling. Niet al het gedrag dat een kat later nodig heeft is namelijk aangeboren, sommige dingen moeten worden geleerd. Kittens moeten bijvoorbeeld net als kinderen sociale vaardigheden leren. Ook moeten ze leren omgaan met frustratie en leren hun agressieve impulsen te beheersen. Daarvoor is contact met moeder en nestgenoten nodig.

Wat de juiste leeftijd is om een kitten uit het nest te halen is niet gemakkelijk aan te geven. Het verschilt eigenlijk per kitten en is afhankelijk van de omgeving waarin het kitten opgroeit en de omgeving waar het kitten naar toe gaat (zie het Kittenkompas). Als je een kitten gaat uitkiezen, is het in ieder geval handig als je zelf de leeftijd van een kitten kan inschatten. Op internet worden namelijk nog steeds veel kittens aangeboden onder de wettelijk toegestane scheidingsleeftijd van 7 weken. Op www.kittenleeftijd.nl kun je zien hoe een kitten zich per week ontwikkelt en kun je bekijken of het kitten zo oud is als de verkoper beweert.

Minstens net zo belangrijk als een niet te vroege scheiding, is een goede socialisatie met mensen, kinderen en huishoudelijke geluiden. Een kitten kan nog zo lang in het nest worden gehouden, als het in de eerste levensmaanden nauwelijks contact heeft gehad met mensen, kinderen en geluiden, zal het uitgroeien tot een angstige en stressgevoelig kat. Een kitten hoort op te groeien in een nestje in de woonkamer en niet in een prikkelarme schuur, bijkeuken of kattenkamer.

Als laatste speelt natuurlijk de opvoeding door de eigenaar een rol. Het kitten moet leren wat wel en niet mag en de eigenaar moet daarbij consequent zijn. Een heel belangrijke opvoedkundige les voor het kitten is dat handen bedoeld zijn om te aaien en niet om mee te spelen. Het is misschien verleidelijk om het kitten met de handen uit te dagen, maar daarmee leer je hem dat het oké is om handen aan te vallen. Dit kan later tot serieuze problemen leiden waarbij niet alleen de eigenaar de dupe is, maar ook de kat. Een enkeltje asiel ligt dan helaas al snel op de loer.

Deze column verscheen eerder op  AnimalsToday.

Loading

Wat maakt een kat gelukkig?

wat maakt een kat gelukkigHet staat mij nog goed bij, het interview met Midas Dekkers waarin de interviewster vraagt wat Dekkers zijn kat zou vragen als hij één minuut met hem zou kunnen praten. Dekkers somt op: “Weet hij dat hij een kat is? Hoe is het om een kat te zijn? Weet hij dat hij een staart heeft? Gelooft hij in God en, zo ja, in welke?” “Stop”, zegt de interviewster, “je mag maar één vraag stellen.” Dekkers laat een lange stilte vallen. Dan weet hij wat hij zijn kat zou vragen: “Ben je gelukkig?” (NRC, 4 maart 2009).

Waarschijnlijk zouden veel katteneigenaren dezelfde vraag stellen. Helaas zullen we het antwoord nooit te weten komen, maar als we ons afvragen wat een kat gelukkig maakt, denk ik dat het antwoord kort en bondig kan zijn: als hij kat mag zijn! Dat lijkt vanzelfsprekend maar toch gaat het in onze omgang met andere dieren vaak mis.

Iedere diersoort, dus ook de mens, bekijkt de wereld vanuit zichzelf. Daarnaast zijn mensen geneigd menselijke eigenschappen op een dier te plakken. Dat is niet erg, tenzij het leidt tot een verkeerde omgang en behandeling van het dier. Wij mensen zijn sociaal en vinden het bijvoorbeeld gezellig om samen te eten. Eten in de kattenwereld is echter een solitaire aangelegenheid; een kat jaagt alleen en hij deelt zijn prooi niet. Dat betekent dus dat je katten beter niet ‘gezellig’ naast elkaar maar op afstand van elkaar hun eten kan geven.

Wil je geluk voor een dier dan is het dus van belang je af te vragen wat voor diersoort het is en welk gedrag bij het dier hoort. Een konijn is een groepsdier, wil contact met andere konijnen. Een paard is een bewegingsdier, wil  bewegen en een varken wil wroeten en exploreren. En de kat? Wat wil de kat?

De kat is voorgeprogrammeerd om te jagen. Ook al krijgt hij voldoende voedsel, het instinct om te jagen blijft aanwezig. Dat betekent dat je een kat, mits veilig en verantwoord, bij voorkeur toegang tot buiten geeft, of voldoende spel aanbiedt en laat werken voor zijn eten. Door brokjes bijvoorbeeld één voor één weg te gooien of te verstoppen, bied je een kat  ook een goede uitlaatklep voor zijn jachtgedrag.

De kat is tevens een territoriale diersoort, hij neemt een territorium in en kan zich bedreigd voelen door indringers. Hoe veiliger dus het territorium hoe beter. Dat betekent geen vreemde katten in huis (kattenluik met chiplezer) en het liefst ook niet in de tuin.

Daarnaast is de kat een klimmer en een krabber, vanuit de hoogte overziet hij zijn omgeving en door te krabben markeert hij zijn territorium. Dat betekent klim- en krabmogelijkheden in huis aanbieden of accepteren dat je meubels hiervoor gebruikt worden. Zo maak je je kat gelukkig en voorkom je ook problemen als sproeien, slopen, stress en agressie. Bijkomend voordeel is dat je als eigenaar van de kat hierdoor ook gelukkiger blijft.

Deze column verscheen eerder op AnimalsToday.

Loading

Het succesvol adopteren van een kat

AsielIeder jaar belanden er heel veel katten in het asiel. Een deel daarvan is afgestaan door eigenaren die zich geen raad weten met het gedrag van hun kat. Dat is jammer want ‘gedragsproblemen’ zijn meestal goed op te lossen, maar daarover in volgende columns meer. Wat ik nu graag onder de aandacht wil brengen is hoe je een asielkat zo succesvol mogelijk herplaatst in een huis met andere katten. Veel eigenaren hebben tenslotte al een kat in huis als ze in de opvang een nieuw huisgenootje uitzoeken en dat kan nogal eens voor problemen zorgen. Lees hier mijn column voor AnimalsToday over het succesvol adopteren van een kat.

Loading