Katten zijn ware meesters in de kunst van het slapen. Ze lijken moeiteloos in dromenland te verdwijnen — opgerold op de bank, languit in een zonnige vensterbank of half slapend met één oog open. Maar wat gebeurt er eigenlijk tijdens al dat gesluimer? En slapen katten echt zoveel als we denken?
Onderstaand artikel verscheen in het tijdschrift Kattenmanieren.

Wat is slaap eigenlijk?
Slaap is meer dan alleen ‘even niets doen’. Wetenschappers beschrijven het als een toestand waarin de hersenactiviteit verandert, de motoriek afneemt en de reactie op prikkels vermindert. Toch blijft het een omkeerbare toestand — een slapende kat kun je wekken, een kat in narcose of coma niet. Ook zoeken katten, net als wij, graag een rustige, veilige plek en nemen ze een typische slaaphouding aan. Wordt een kat langere tijd wakker gehouden, dan haalt ze die slaap later gewoon in. Net als bij mensen lijkt er dus een soort ‘slaapschuld’ te bestaan — een interne zandloper die de druk om te slapen steeds verder opvoert.
Wat gebeurt er in het kattenbrein?
Met hersenonderzoek (EEG) is te zien dat slaap allesbehalve passief is. Tijdens de overgang van waken naar slapen worden de hersengolven trager en groter: dat noemen we de non-REM-slaap (NREM). Later volgen perioden waarin de hersenactiviteit juist weer op waken lijkt, met snelle oogbewegingen: de REM-slaap. Katten hebben, net als wij, beide slaapstadia.
Dromen katten?
We weten het niet zeker, maar alle aanwijzingen wijzen erop van wel. Bij mensen wordt de REM-slaap namelijk geassocieerd met dromen. In die fase is de spierspanning minimaal, zodat we onze dromen niet letterlijk uitvoeren. Voor diepe REM-slaap ligt een kat meestal op haar zij; de spierspanning is dan te laag om rechtop te blijven. Wel zie je soms kleine spiertrekkingen in snorharen, oren of pootjes: misschien een echo van wat ze in hun droom beleven?
Hoeveel slapen katten?
Gemiddeld tussen de 10 en 16 uur per dag, al zijn er verschillen. Katten op een boerderij slapen vaak wat minder (7 tot 12 uur), waarschijnlijk omdat hun dagen actiever zijn. De slaap van katten is polyfasisch — dat betekent dat ze meerdere keren per etmaal slapen in plaats van één lange periode zoals wij. Dat verklaart waarom ze midden in de nacht ineens klaarwakker kunnen zijn. Katten zijn overigens geen uitgesproken nachtdieren, maar schemerdieren. Ze slapen zowel overdag als ’s nachts, afhankelijk van voeding, aandacht en activiteit in hun omgeving.
Waarom slapen katten?
De precieze functie van slaap is nog altijd een raadsel. Er zijn theorieën dat het helpt bij lichamelijk herstel, energiebesparing of het ordenen van informatie in het geheugen. Waarschijnlijk is het een combinatie van al die dingen. Er zijn slaaponderzoekers die slaap als een soort intern organisatieprincipe beschouwen: sommige processen kunnen niet tegelijk plaatsvinden, en slaap scheidt die in tijd. Een slimme vondst van de natuur.
Kunnen katten last hebben van slaapstoornissen?
Ja, al is het zeldzaam.
- Narcolepsie komt soms voor: plotselinge slaapaanvallen, vaak veroorzaakt door een tekort aan het herseneiwit hypocretine. Soms gaat dit gepaard met kataplexie, een korte, plotselinge spierverslapping.
- Ook slaapapneu kan optreden, vooral bij katten met een platte snuit zoals Perzen. Hierbij stokt de ademhaling tijdelijk tijdens de slaap, soms hoorbaar door luid snurken.
- En dan is er nog de REM-slaapstoornis, waarbij een kat tijdens de droomfase ongecontroleerde bewegingen maakt. Het verschil met epilepsie is goed te zien: na een epileptische aanval is een kat verward, na een REM-stoornis meteen alert.
Wakker worden als een kat
Wordt een kat zachtjes wakker, dan volgt meestal een uitgebreid rekritueel: eerst de voorpoten, dan een krabbeweging aan iets stevigs. Wordt ze echter ruw gewekt, bijvoorbeeld tijdens een droom of terwijl ze op schoot ligt, dan kan ze even verward reageren — of zelfs uithalen. Geef haar dus even de ruimte om uit haar droomwereld terug te keren naar de werkelijkheid.







Tip 1 Blaasontsteking of –gruis






Een kattengedragstherapeut voert geen gesprek met de kat maar met de eigenaar en stelt naar aanleiding hiervan, en van observaties van de kat en zijn leefomgeving, een 


